• Modern toerisme (1): Venetië

    Ze zijn onzichtbaar. Het is hun handel die ze onder onze aandacht willen brengen, onder onze ogen en liefst in onze handen. Maar anders dan de bekende merken die ze kopiëren hebben ze geen billboards, geen metersgrote uithangborden op toeristische attracties, geen tijdschriftadvertenties. Ze hebben alleen zichzelf en dus stallen ze hun lakens uit - hoe houden ze die lakens toch zo wit? - op onze bruggen, op de bruggen die we moeten oversteken om naar ons hotel te gaan, of het San Marcoplein, of naar de gondelier. Op de stenen hun lakens en daarop de tassen en daarlangs voortdurend de stroom die wij zijn, en zij als weerbarstige keien daarin. Gucci. Dolce&Gabbana. Burberry. Look! It’s all real. 



    Wij kijken weg, zij doen een stap naar voren. Wij lopen door, zij versperren ons de weg. Ze drukken ons de tas bijna in handen, wij grijpen onze eigen tassen steviger vast. 



    Zij zijn onzichtbaar, maar ze kijken wel. Ze zien de agent lang voordat wij hem zien, rollen hun laken op, pakken hun tassen op. Verdwijnen. Rennen niet, slenteren schijnbaar doelloos, zoals wij. Kijken om, schatten de afstand in en lachen. Laten een wachtpost achter. Nemen de tijd om voordat ze vluchten nog hun afval op te ruimen, netjes in de prullenbak. Verdwijnen dan elk aan één kant van de maskerverkoper, blijven een groep, vallen uiteen, verdwijnen. De agent heeft een kogelvrij vest en legerkistjes aangetrokken, haren afgeschoren, duimen in zijn vest geplaatst. Bewaakt de stad. 



    Zij wachten vlakbij tot hij weg is. Lang zal het niet duren: het is hun plek, bij tussenpozen.







    Eerdere berichten