• Hij had een bril maar droeg hem nooit

    Hij had een bril maar droeg hem nooit, hoewel de toestand van zijn ogen, volgens de laatste opticien die hij sprak, zorgwekkend was. Hij vond het prettig om de wereld op veilige afstand te houden; door zijn brillenglazen bezien was alles zo opdringerig en te dichtbij.
    ‘Knippert u wel met uw ogen?’, had de opticien gevraagd, en hij haalde zijn schouders op.
    De opticien had hem toen voorgedaan hoe je dat deed, sloot nadrukkelijk zijn ogen als een kind dat verstoppertje speelt.
    In de tussentijd had hij de zaak verlaten.


    Eerdere berichten