• Help

    Als ik de hond uitlaat zie ik hoe een man schijnbaar zonder reden met fiets en al omvalt, tegen de indrukwekkende bak aan die ons oproept plastic in te leveren. Beduusd blijft hij zitten, de fiets over hem heen als een mislukte deken. Ik bereik hem min of meer tegelijkertijd met een ouder echtpaar dat net is aangekomen om de kleinkinderen van een paar huizen verderop te bezoeken.

    Wat volgt zijn de verplichte zinnetjes: ‘gaat het meneer? Kunt u opstaan?’ Ook als ik de fiets heb verwijderd blijft hij zitten op straat. Zijn kleren zijn sjofel, maar netjes. Ik ruik een doordringende alcohollucht. Hij zegt niets. Wij staan wat onbeholpen om hem heen, onthand nu op ons behulpzame gedrag geen enkele reactie volgt. De hond likt zijn gezicht en ik zeg er niets van, omdat hij het wel lijkt te waarderen.

    ‘Nou, rustig aan maar hè?’, zegt de opa ten slotte.

    Daarop volgt de duidelijkste reactie tot nu toe: ‘Ja, ga nou maar weg.’

    En weg gaan we - langzaam, zo snel als we kunnen.   


    Eerdere berichten