• Bedrog

    In het verhaal Tristram en Isolde van Michele Roberts vertelt de titel je onmiddellijk dat het hier gaat over een gedoemde liefde.
    ‘We kwamen later terug dan verwacht’, begint de verteller, maar gelukkig had iemand de flat volledig verzorgd achtergelaten: de koelkast vol met groente, melk en wijn, de woonkamer schoongemaakt, en een stapel gestreken lakens in de kast. Verder is het appartement leeg: ‘we zouden allebei groter moeten groeien om het op te vullen’.

    De lezer is argeloos. Hij laat zich graag bedriegen en als hij niet weet wie er aan het woord is, gelooft hij dat wat het meest voor de hand ligt. Aanwijzingen dat het misschien niet zo simpel ligt, worden snel terzijde geschoven, als ze al worden opgemerkt. Dus als de vertelster, nog altijd op de eerste pagina van het verhaal, meldt dat ze geen wijn lust, zien we daar niets vreemds aan. En waarom zouden we ook? Er zijn genoeg mensen die niet van alcohol houden. De vertelster drinkt overigens toch, omdat het niet belangrijk is dat ze niet van wijn houdt; wat ertoe doet, is een slok uit zijn glas te mogen nemen. Goed dan: een obsessieve liefde, en ook tijdens een scène in het bos blijven we geloven dat het daarom gaat, twee volwassenen en een liefde die niet mag bestaan.

    Pas aan het eind van het verhaal blijkt wie we werkelijk hebben gezien: een vader en zijn dochter, een paar dagen samen omdat de moeder net een baby heeft gekregen. Onmiddellijk is het opgeruimde appartement verklaard, maar ook: de liefde nog veel tragischer geworden. Want we hadden, als lezers, het onstuimige, wilde gevoel van de vertelster niet naar waarde kunnen schatten, als we onmiddellijk hadden geweten dat het een kind was dat sprak. We geloven, tenslotte, graag wat voor de hand ligt – maak daar als schrijver gebruik van.


    Eerdere berichten