• Vijftig

    ‘En het was laat. Het was een écht feest.’
    ‘Zie ik er zo slecht uit?’
    ‘Een écht feest. En hoe oud ben je geworden?’
    ‘Vijftig.’
    ‘Dus dan hadden we een Abraham voor je kunnen maken. Maar dat kan altijd nog. Je bent nog een heel jaar vijftig.’
    ‘Zo’n leeftijd waar je toen je jong was nog naar uitkeek.’
    ‘Dat je dacht, als ik vijftig ben, dan ben ik echt oud. Of eigenlijk dacht je dat niet over jezelf, dat je vijftig zou kunnen worden.’
    ‘En nu je vijftig bent, we vijftig zijn gaat de wereld gewoon verder.’
    ‘Maar je bent in Berlijn geweest.’
    ‘Toen er nog bijna niemand kwam.’


    Eerdere berichten